zondag 8 maart 2015

‘MIJN LICHAAM ZIT VAST, MAAR MIJN GEEST IS VRIJ’


De zin die het meest indruk op mij maakt in de eerste aflevering van Buch in de bajes 4: Rotterdam die komende donderdag wordt uitgezonden, is: ‘Ik was 29 toen ik hier binnenkwam; ik ben nu 42.’ Aldus Ed, veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf.

Waarom komt juist die zin zo bij mij binnen, en niet bijvoorbeeld: ‘Als je mij 50.000 Euro geeft, maak ik iemand voor je af’,  of ‘Ik ben niet bang om dood te gaan; het is buiten eten of gegeten worden.’ Deze quotes maken meteen duidelijk dat we in Rotterdam een heel ander slag gedetineerden zijn tegengekomen dan in de vorige series. Echt zware jongens zitten hier, met straffen van 6, 9, 12, zelfs 18 jaar. Dan zit je niet voor zweetvoeten, zoals men dat in de gevangeniswereld pleegt uit te drukken. Dan is de kans groot dat je veel leed hebt berokkend aan je medemens. En inderdaad, ze zitten voor afpersing, overvallen, mishandeling, dat soort zaken. Vrijwel altijd op jacht naar geld. Veel geld, snel geld. Omdat hun moeder in Curacao het arm heeft bijvoorbeeld, of omdat hun baas ze weigerde hun salaris uit te betalen, waardoor ze voor eigen rechter zijn gaan spelen.

DODELIJKE SLACHTOFFERS
Ook Ed was betrokken bij een overval. Samen met twee anderen ging hij gewapend ergens op af, en daar zijn dodelijke slachtoffers gevallen. Alle drie de daders zijn veroordeeld. Ed kreeg levenslang, maar hij is onschuldig, zegt hij, want voordat die overval uit de hand liep en er werd geschoten, was hij er al vandoor gegaan. Zegt hij. Ik weet niet of het waar is. Het is ook niet het doel van ons programma om uit te zoeken of dingen kloppen. Menno zei altijd: Ik ben geen Peter R. de Vries of John van den Heuvel, ik laat iedereen zijn eigen verhaal doen. Of Ed nu schuldig of onschuldig is, dat heeft met de oorzaak dat ik de kriebels kreeg van zijn uitspraak ‘Ik was 29 toen ik hier binnenkwam; ik ben nu 42’ niet echt iets te maken. Eerder in het gesprek zei hij tegen Nicole: ‘Ik zit hier nu 13 jaar.’ Dat zegt hetzelfde, maar dat drong nog niet ineens zo tot me door. Maar als je die leeftijden hoort… 
Als je dan denkt aan wat je zelf in die tijd allemaal hebt gedaan en meegemaakt. Tussen mijn 29e en mijn 42e maakte ik de overstap van bladenmaker naar tv-maker, heb ik tientallen programma’s gemaakt - slechte en goede -, een nieuw huis gekocht, reizen en tripjes gemaakt, honderden mensen leren kennen, honderden feestjes, etentjes, stapavonden meegemaakt, mooie gesprekken gevoerd, lief en leed gedeeld met vrienden en familie, vier auto’s versleten. En Ed zat tussen zijn 29 en 42e in zijn eentje in zijn cel, met het vooruitzicht dat hij daar de rest van zijn leven ook zal moeten zitten. Hoe trek je dat?

‘IK BUIG WEL, MAAR IK BREEK NOOIT’
Dat is ook een van de vragen die Nicole hem stelt. Hij beschrijft heel mooi hoe hij verschillende fases doorliep in dat verwerkingsproces. Eerst agressief, dan depressief, en toen kwam er een vorm van acceptatie. Maar tot op de dag van vandaag is hij aan het vechten om zijn gelijk te krijgen en zijn onschuld te bewijzen. Ik denk dat dat een manier van overleven is; de hoop opgeven is geen optie.  ‘Ik buig wel, maar ik breek nooit,’ zegt Ed.
Er zijn ook meerdere gevangenen die tegen Nicole zeiden: Mijn lichaam zit gevangen, maar mijn geest is vrij. Dat zou waarschijnlijk ook mijn manier zijn om ernaar te kijken als ik vast zou komen te zitten. Maar met het maken van deze vierde serie Buch in de bajes heb ik ervaren dat gevangenisstraf in zo’n stadsbajes als deze, waarbij je middenin het volle leven zit maar er part noch deel aan hebt, waar je tussen de meest gewelddadige, agressieve en meedogenloze types zit en waar ik de geur, de geluiden en de claustrofobische sfeer na drie maanden al helemaal zat was – en dan mochten wij nog elke avond naar ons hotel om de hoek - , iets is om tegen elke prijs te vermijden.
Dat geldt overigens niet voor de achtdelige serie die wij over deze PI Rotterdam hebben mogen maken. De reacties van het handjevol mensen dat de eerste twee afleveringen al heeft gezien zijn uitermate enthousiast. En dat is vooral te danken aan Nicole, die de rol van Menno op verbluffende wijze, zonder enige ervaring, op zich heeft genomen en ook nog heeft gecombineerd met het producentschap van deze reeks. Ik werk eind dit jaar 10 jaar met haar samen, maar dat ze zich deze zware dubbelrol in zo’n razend tempo eigen heeft gemaakt, met een onwaarschijnlijke drive en moed, heeft ook mijn stoutste verwachtingen overtroffen. Het woord is nu aan de kijker.

Buch in de bajes 4: Rotterdam, elke donderdag om 21.30 u, RTL4.


Overleg in de mobiele montageset in de PI Rotterdam. V.l.n.r.: Nicole Buch, editor Bram Slinger en schrijver dezes.

vrijdag 30 januari 2015

HET GROTE, BELANGRIJKE VERHAAL

Er was eens, in een land ver van hier, een jongeling die een Verhaal had. Niet zomaar een Verhaal, nee, een Groot, Belangrijk Verhaal. De jongeling woonde alleen in een huisje op een akker, en elke dag ging hij de stad in en riep: ‘Mensen, ik heb een Verhaal! Kom luisteren naar mijn Grote, Belangrijke Verhaal.’ Maar niemand luisterde. Iedereen ging door met waar hij of zij mee bezig was. 

De mensen mochten de jongeling niet zo. Hij zei altijd dat de dingen anders waren dan iedereen dacht, en daar houden de meeste mensen niet van. ‘Hoezo is alles anders dan ik denk?’, riepen ze dan. ‘Denk je dat ik dom ben of zo?’ Daar hadden de mensen wel een punt: de jongeling dacht inderdaad dat ze dom waren. Daarom had hij ook weinig vrienden, want niemand begreep hem.
Vroeger op school had hij al weinig vrienden. Hij vond school ook dom. Zelfs de leraren waren dom. Ze begrepen niet dat de wereld heel anders in elkaar zat dan ze aan hem en zijn klasgenoten vertelden. Hij noemde de school een ‘zinkend schip’. Eén klasgenoot vond dat wel apart. Hij vroeg aan de jongeling: ‘Hoezo een zinkend schip? Wat heeft een schip met een school te maken?’ ‘Ehh.. , ‘ zei de jongeling, ‘nou… eh… het is met allebei: als je er te vroeg uitstapt, loopt het slecht met je af!’ ‘Jaja,’ zei de klasgenoot, en liep snel een andere kant op.

HET PALEIS VAN DE KONING
Na zijn schooltijd was de jongeling gaan studeren. Iets heel ingewikkelds, met techniek en moleculen en zo. Eigenlijk begreep niemand er iets van. De jongeling had niet anders verwacht, met al die domme mensen die er zijn. Hij vond de mensen niet alleen dom, maar ook slecht gekleed. Daar hield hij niet van. Zelf droeg hij altijd een net pak. Behalve dat pak bezat hij niet veel, al had hij wel een Hoge Pet van zichzelf! Die had hij elke dag op. En wat hij dus óók had, was een Verhaal. Een Groot, Belangrijk Verhaal. En hij vond het nu toch wel tijd worden dat het hele land dat Verhaal te horen kreeg. Want anders liep het slecht af met het land.

Wat te doen? Er moest toch een manier zijn de mensen naar hem te laten luisteren? Opeens wist hij het: hij ging het aan de koning vertellen. Als de koning het Verhaal had gehoord, zou die het zeker aan het hele land doorvertellen. Maar hoe kwam hij bij de koning? De Poortwachters van het paleis zouden hem beslist tegenhouden. Hij bedacht een plan. Hij had gehoord dat er in een ander, ver land twee broers een kasteel waren binnengedrongen en daar een heleboel mannen hadden doodgemaakt. Die mannen hadden tekeningen gemaakt die ze niet mooi vonden of zoiets. Hij wist er het fijne niet van, en hij had ook helemaal geen zin om iemand dood te maken. Maar hij snapte wel: als je dréigde om iemand dood te maken, dan kwam je overal binnen! Zelfs in de Nationale Paleis Organisatie (NPO), via de Nagenoeg Onoverbrugbare Slotgracht (NOS). 

VRIENDEN MET ZWAARDEN
De volgende dag ging de jongeling naar een Feestartikelenzaak en kocht daar een Plastic Zwaard. Zo, dacht hij tevreden, nu komen die Poortwachters jammerlijk te pas! Met gezwinde spoed ging hij naar het paleis van de koning. Tot zijn niet geringe verbazing was de slotbrug neergelaten en was er geen Poortwachter te bekennen. Hij kon zo naar binnen lopen! Hij dwaalde een tijdje door het kasteel, op zoek naar de koning. Er waren wel mensen in het paleis die hem zagen lopen, maar die dachten: die hoort hier natuurlijk. In zijn nette pak, met zijn zwaard, en die Hoge Pet van zichzelf.

Na een tijdje was de jongeling het beu. Hij stapte op een lakei af, hield zijn zwaard in de lucht en zei: breng me naar de koning! De lakei zei: Ik wil vanavond graag naar huis, als u het niet erg vindt. Daarna bracht de lakei hem naar een ridder. De jongeling gaf de ridder een brief waarin stond dat hij een Groot, Belangrijk Verhaal voor de koning had en dat hij heel veel vrienden had met zwaarden en pijl-en-bogen en zo. Dus dat hij maar beter kon doen wat hij zei. Jaja, knikte de ridder, en belde de Nationale Garde. Die was binnen 10 minuten ter plekke, pakten de jongeling in de kraag van zijn nette pak en gooiden hem in een kerker. De rest van de avond zaten alle koningen van alle omringende landen met elkaar te praten over hoe geschrokken ze waren en dat er meer Poortwachters moesten komen. En dat de wereld naar de Verdommenis ging, maar dat ze heus niet bang waren en gewoon op de fiets naar hun paleizen zouden blijven gaan. Daarna gingen ze naar bed.

DE NACHTWAKER
Toen het hele land lag te slapen, brandde er achter één heel laag raampje van het kasteel nog licht. Daar zat de Nachtwaker bij een kaars naar de deur van de kerker te kijken. Opeens hield hij het niet meer, pakte zijn sleutelbos, opende de deur en vroeg aan de jongeling die slaperig zijn hoofd oprichtte: “Wat was nou dat Verhaal? Dat Grote, Belangrijke Verhaal?” “Heb je effe?”, vroeg de jongeling. ‘Ik heb de hele nacht,” zei de Nachtwaker. De jongeling kwam overeind, klopte het stof van zijn nette pak, ging er eens goed voor zitten en zei: “Goed dan. Luister.” En hij vertelde...

“Er was eens, in een land ver van hier, een jongeling die een Verhaal had. Niet zomaar een Verhaal, nee, een Groot, Belangrijk Verhaal…”




zondag 25 januari 2015

DE LLINK TUSSEN WILLEM & DREES EN DE POSTCODELOTERIJ



De laatste programmaserie die Llink in de zomer van 2010 uitzond voordat de stekker uit dat groene omroepje ging was De Vlinderrevolutie, een achtdelige reeks over wereldverbeteraars die ik heb mogen bedenken en maken. 
De titel verwees naar ‘the butterfly effect’, een in 1961 (mijn geboortejaar!) door wiskundige Edward Lorenz bedacht meteorologisch begrip. Lorenz had een computerprogramma ontwikkeld om het weer op lange termijn te voorspellen. Hij ontdekte dat een minieme verandering in de ingevoerde beginwaarden in luttele dagen een tegenovergestelde uitkomst kon opleveren, met andere woorden: de vleugelslag van een vlinder kan uiteindelijk een tornado veroorzaken.

WILLEM & DREES
Deze metafoor gebruikte ik om 24 pioniers te portretteren die zich met hart en ziel inzetten om positieve veranderprocessen in beweging te zetten. Zij waren de vlinders die met hun vleugelslagen in potentie revolutionaire resultaten konden behalen. In elke aflevering stond één thema centraal, zoals biodiversiteit, klimaat, voeding, energie of mensenrechten; de drie geportretteerden waren mensen van over de hele wereld die zich voor dat specifieke onderwerp inzetten. Sommigen waren net begonnen, anderen waren al succesvol, zoals Wubbo Ockels, inmiddels voor eeuwig de ruimte in, de Oscarwinnende, Amerikaanse documentairemaker Louie Psihoyos, en medebedenker en –oprichter van de Nationale Postcode Loterij Boudewijn Poelman.

Soms komen dingen mooi bij elkaar. Mijn lieftallige echtgenote en ik hebben afgelopen maand in diezelfde Postcode Loterij drie Willem & Drees verskratten gewonnen. Dat zijn kratten met vers, seizoensgebonden, veelal biologisch eten van Nederlandse bodem, samengesteld door Willem Treep en Drees Peter van den Bosch. Deze twee mannen richtten in 2009 hun bedrijf Willem & Drees op met als doel om supermarkten te voorzien van producten van boeren uit de directe omgeving om zo tegenwicht te bieden aan het energieverslindende, milieuvervuilende gesleep met voedsel over onze aardbol en bij te dragen aan een directere band tussen consument en het geconsumeerde. Weet wat je eet, met andere woorden. Toen ze nog geen jaar bezig waren gingen wij voor De Vlinderrevolutie met de camera bij hen langs. Zij hadden de metamorfose van rups naar vlinder nog maar net achter de rug, zeg maar.

EERLIJK ETEN
En nu zijn zij de Ben & Jerry van lokale groenten en fruit. Eerlijk eten, zo heet dat. Dus geen witwassende wortelen, rovende raapstelen, belastingontduikende broccoli, zwendelende zwarte bessen, afpersende sinaasappelen, of ander niet te pruimen frauderend fruit of graaiende groenten. Alles wat deze toffe peren leveren is puur, gezond en veel smaakvoller dan het doorsnee supermarktspul. Ze leveren inmiddels aan Jumbo, Coop, C1000 en Spar. En sinds afgelopen oktober kun je hun verse waar ook online te bestellen en thuis laten bezorgen. We hebben de krat tot op de bodem leeggepeuzeld: de pompoen is in de soep gelopen, de bosvruchtenjam is 'm gesmeerd op het biologische Willem & Drees-brood, en aardappelen en pastinaak verloren zich in een stevige stamppot. Het was allemaal smullen. De volgende krat herbergt ook weer allerlei heerlijks: paarse, gele, witte en oranje penen uit Sexbierum, Chinese kool uit Biddinghuizen en paté uit Woudenberg. Voor de vrije uitloopeitjes heeft geen haan de kraaienmars geblazen: bij pluimveebedrijf De Lankerenhof in Voorthuizen laten ze de mannelijke kuikens gewoon in leven. 

Goed om te zien – en te proeven - dat Willem & Drees het gered hebben en dat hun mooie initiatief nog steeds groeit. Ik hoop dat De Vlinderrevolutie daar een beetje aan bijgedragen heeft. Misschien hebben wij wel de Llink gelegd tussen hen en de Postcode Loterij, al is het onbewust. Toen ik onlangs in het Evoluon in Eindhoven Willem Treep tegenkwam op een voedingsbeurs aldaar, was hij in ieder geval nog steeds enthousiast over het portret dat wij van hen gemaakt hadden. ‘Wel jammer dat er geen hond naar gekeken heeft, tegenover het WK Voetbal in Zuid-Afrika.’ 

Dat is waar, De Vlinderrevolutie zelf heeft zich helaas niet ontpopt tot een tv-tornado. Maar ik denk er met warmte en dankbaarheid aan terug, want het was een feest om te maken, samen met Julie Pagnier, Rowan Moore, Eelke Bokelman, Hinke Brinkman, Joost Bouwmeester, Robert Dokter en Georgina Verbaan. Door zulke prachtprojecten blijf ik verliefd op mijn vak. Vlinders in m’n buik, dus…




zaterdag 10 januari 2015

DE EINDREDACTEUR VAN CHARLIE HEBDO


Toen Nu.nl mijn smartphone liet trillen met het nieuws dat twee met Kalasjnikovs gewapende mannen alle aanwezigen op een redactievergadering van het Franse blad Charlie Hebdo hadden geëxecuteerd als wraakoefening voor de publicatie van  een aantal spotprenten, zei ik tegen mijn editor Bram: Zie je wel, teveel vergaderen is dodelijk.
In werkelijkheid zei ik dat niet – ik was geschokt en woedend en me scherp bewust van het feit dat ik me op slechts twee minuten lopen van de terroristenafdeling in de Rotterdamse gevangenis bevond; hoe zouden die heren op dit bericht reageren? -, maar ik had het mògen zeggen, want dat is een verworvenheid van de democratie. Cynische grappen kunnen weinig smaakvol zijn, slecht getimed, gevoelloos, niet grappig ook (Dat moet ik wel zeggen, er zijn veel rake exemplaren tussen de kogelregen aan cartoons die op de aanslag volgde, maar opmerkelijk weinig grappige; blijkbaar had die kernvoorwaarde van een spotprent even geen prioriteit meer), maar elk individu heeft het recht om ze te maken. Voel je je beledigd, gekwetst, of aangevallen door satire of spot, dan kun je terugslaan met humor, een ingezonden brief sturen of zelfs naar de rechter stappen. En anders is er altijd nog het reisadvies van burgemeester Aboutaleb: rot dan maar op.

Die setting, een redactievergadering, was wel precies het detail waardoor het voor mij gevoelsmatig erg dichtbij kwam allemaal. Want ik heb in mijn leven al honderden redactievergaderingen bijgewoond. Ik had daar in theorie tussen kunnen zitten. Dat kwartje viel niet meteen: in eerste instantie moest ik denken aan mijn oude maatje Marco Lap, met wie ik ooit de strip Mook maakte en die de afgelopen jaren cartoons tekende voor de Sp!ts. Stel dat hij ooit op een paar te lange tenen is gaan staan, dan komen de jihaatbaarden misschien wel bij hem langs.
Maar toen ik het artikel ‘Wie zijn de slachtoffers van de aanslag op Charlie Hebdo?’ las, zag ik in het rijtje staan: Mustapha Ourrad, eindredacteur. Geboren in Algerije, toen dat land nog onder Frankrijk viel. Al 30 jaar Parijzenaar, maar sinds vorig jaar pas trots bezitter van de Franse nationaliteit. Hij leerde zichzelf het redacteursvak en wist een baan bij Larousse, uitgever van naslagwerken, te bemachtigen. 15 jaar geleden switchte hij naar Charlie Hebdo. Een parttime baan, die hij combineerde met eindredactie van een tijdschrift over solidariteit in de zorg. Solidariteit in de zorg! Echt iemand die met je met grof geweld moet afmaken.
Ik stel me zo voor dat Mustapha ooit heeft overlegd met zijn beide hoofdredacteuren op welke dagen hij het best op welke redactie kon zijn. ‘Op woensdagen hebben we redactievergadering,’ zeiden ze dan bij Charlie Hebdo. ‘Dus dan zou het wel fijn zijn als je…’  


Mustapha Ourrad was Berber, maar hij was geen moslim. Hij was humanist, vader, belezen, hield van cultuur en filosofie, was vrij stil en praatte al helemaal nooit over zichzelf. Hij was als jongvolwassene Algerije ontvlucht vanwege het repressieve regime. Hij zocht de vrijheid, la liberté. Hij kon zich dan ook vinden in het vrijheidsideaal van Charlie Hebdo. Hij was een freelance eindredacteur van in de vijftig met een passie voor taal. Net als ik.
Totdat twee gestoorde gekken de vrijheid namen hem een kogel door zijn hoofd te jagen. En dat verdomme net een week voordat de oplage van Charlie Hebdo van 60.000 naar 1 miljoen ging. Hoeveel pech kun je hebben?

(Dat was ook weer een grap, mensen, kom op, we moeten wel blijven lachen. Je suis Charlie!)

maandag 20 oktober 2014

NICOLE BUCH IN DE BAJES


‘Ik heb goed nieuws en ik heb slecht nieuws,’ zegt Menno Buch. Hij zit aan het hoofd van de tafel in zijn achtertuin. Het is een heerlijk warme zondag, terwijl het toch pas eind maart is. Wij, de teamleden van Buch in de bajes, kijken hem muisstil en gespannen aan, vrezend voor wat komen gaat.

Menno is dan al een aantal jaar in gevecht met zijn duivelse ziekte en ‘slecht nieuws’ hangt continu als het zwaard van Damocles boven zijn en onze hoofden. Het zal niet de eerste keer zijn dat hij ons moet vertellen dat de kanker terug is en hij opnieuw geopereerd en/of bestraald moet worden. In mijn dagboek schreef ik een paar dagen eerder, nadat zijn vrouw Nicole ons via Whatsapp bijeen riep voor een ‘belangrijke mededeling’: “Misschien gaat het wel zo slecht dat we versneld een vierde serie op moeten nemen, deze zomer al.” Serie 3 lag helemaal klaar en zou op 17 april in première gaan. Normaal gesproken is de productieperiode in de winter, maar mogelijk is het een te groot risico om daar met serie 4 op te wachten.

FOUTE BOEL
‘Eerst het slechte nieuws,’ zegt Menno. ‘Het is weer foute boel. Maar nu echt. Ik heb niet lang meer te gaan. Acht weken denken ze.’ Verbijstering op onze gezichten. ‘En dan het goede nieuws: jullie gaan gewoon door. We waren van de week bij Erland (Galjaard, de baas van RTL4, EG) om afscheid te nemen en hij zei: “Maar er is toch nog een Buch? Laat Nicole Buch in de Bajes dan overnemen!” Dat is fantastisch toch?’
We zijn wel wat gewend met die Buch, maar dit gaat ons toch even iets te snel. We zijn nog volledig in shock van het slechte nieuws. Links en rechts vloeien er tranen. Menno gaat gewoon door in zijn enthousiasme. ‘Jullie gaan lekker naar Rotterdam. Weer terug naar de mannen. De grote stad! Knallen!’ Hij pakt er een vel papier bij en zegt: ‘Ik heb de opening al geschreven. Luister.’ En hij leest de voice-overteksten voor die hij alvast voor Nicole heeft geschreven en beschrijft de beelden die er bij te zien moeten zijn. Uiteraard gefilmd vanuit een “helicoptèèr”, zoals Menno het altijd uitsprak. Zelfs de muziek heeft hij er al bij uitgezocht. ‘Het wordt geweldig,’ glundert hij.
En daar had hij natuurlijk gelijk in. Het wórdt ook geweldig. Afgelopen woensdag onthulde Nicole, nadat we het ruim een half jaar lang stil hebben gehouden, in RTL Late Night dat zij het stokje van Menno over gaat nemen om zo “het Buch-gedachtengoed” voort te zetten. Een lawine van louter positieve reacties volgde. Iedereen vindt het ‘stoer’ van Nicole en heeft ‘respect voor haar kracht en lef.’ Terecht!

CONFRONTEREND
Met grotendeels hetzelfde team als waarmee we de drie series met Menno maakten, verkassen we begin november naar Rotterdam om een aantal maanden lang onderdeel te worden van het dagelijks leven in de gevangenis aldaar. En om daar uiteraard op de vertrouwde manier indringende televisie over te maken. Het zal heel raar en confronterend zijn om daar zonder Menno te zijn. Maar eigenlijk is hij er ook weer wél bij; inmiddels weten we door onze jarenlange samenwerking dondersgoed wat hij wel en niet in het programma vindt horen en wat de stijl en uitstraling moeten zijn. Vanuit dat gedachtengoed gaan we Nicole ten volle ondersteunen en er met z’n allen wederom een prachtige serie van maken, geheel in Menno’s stijl.
Een paar dagen na die bizarre zondagochtend in de tuin bij Menno en Nicole staat TNT Post bij me voor de deur met een pakketje. Twee schoenendozen en een kaartje, van Menno. “Kijk! Dit is echt iets voor jou! Toch?” Twee paar prachtige schoenen; Menno en ik hadden dezelfde maat.
Niet alleen ik, we gaan met het hele team in zijn schoenen staan. In zijn voetsporen treden. Zijn pad volgen. Voorjaar 2015 kan iedereen zien of het gelukt is. Correctie: dát het gelukt is.

 

 

zondag 7 september 2014

SLIM BEZIG



Sinds twee maanden hou ik me bij Vorst Media, het productiebedrijf van Peter van der Vorst, bezig met het maken van SlimmerIQen, een programma waarin 16 hoogbegaafden van alle leeftijden tegen elkaar gaan strijden om de titel ‘SlimmerIQ 2014’. Op een tv-oproep van Peter, die het programma zelf gaat presenteren, kwamen maar liefst 1600 aanmeldingen binnen. Zij moesten een online test maken en gisteren kwamen de 200 met de beste score bijeen in het Tropenmuseum in Amsterdam voor de grote SlimmerIQen selectiedag.

Samen met redacteuren Remco en Yvette nam ik al die 1600 aanmeldingsformulieren door, en nadat we de uitslagen van de online tests binnenkregen, hebben we ons speciaal gefocust op de kandidaten met de hoogste scores. Remco en Yvette hebben ze vrijwel allemaal aan de telefoon gehad, wat boeiende, ontroerende, grappige en soms aangrijpende verhalen opleverde. SlimmerIQen is namelijk niet alleen een quiz of intelligentiewedstrijd, we gaan ook portretten van de deelnemers maken. Aan hoge intelligentie kleven voor-, maar ook nadelen. Een andere manier van denken stuit op veel onbegrip. Wij hopen met dit programma wat van dat onbegrip weg te nemen. Uiteraard willen we de kijker vooral ook laten genieten van excellente prestaties. Onze maatschappij is sterk gericht op fysieke uitblinkers: een substantieel percentage van het aanbod van onze media richt zich op sport. Op uitblinkers in intelligentie wordt vaak met argwaan (en verholen afgunst) gereageerd. Dat verschil uit zich al op scholen, waar de sterksten en snelsten bewonderd worden en de leerlingen met de hoogste cijfers gepest. Wie veel doelpunten scoort, is een held. Wie negens en tienen haalt, is een uitslover of een nerd.  Veel hoogbegaafde kinderen presteren bewust ver beneden hun niveau uit angst op te vallen en negatieve aandacht te trekken. Wat een verspilling van talent!

DICHTGEKNEPEN STROT

In SlimmerIQen mogen ze los gaan. Wij gaan intelligentie op een voetstuk zetten. Nederland wil een kenniseconomie zijn, laten we die kennis dan ook op alle mogelijke manieren koesteren. Gelukkig gebeurt dat in toenemende mate: De Slimste Mens op Nederland 2 heeft deze zomer onder de bezielende leiding van mijn collega-eindredacteur Harm-Jan Kinkhorst weer fantastisch gescoord. Bij De Slimste Mens moeten de kandidaten in eerste instantie bekend zijn en in tweede instantie slim. Bij SlimmerIQen gaat het er alleen maar om dat ze slim zijn. Maar dan ook wel héél slim. 200 van die mensen hebben gisteren in het Tropenmuseum een klassikale test gemaakt, en de top 40 heeft een spreekbeurt of presentatie gehouden over een zelfgekozen onderwerp. Samen met Corné van Iersel, de voorzitter van hoogbegaafdenvereniging Mensa, en Dolores Leeuwin, presentatrice van Het Klokhuis en ook hoogbegaafd, mocht ik deze 40 optredens jureren. Een feest om te doen! We werden verrast, we hebben gelachen, we hebben met dichtgeknepen strot gezeten en op sommige momenten konden we er geen touw aan vastknopen omdat het ons boven de pet ging. Maar het was altijd fascinerend.


LITTLE MAN TATE

Aan het eind van de dag leverden de scores van de online en de klassikale test en de punten voor de speeches bij elkaar opgeteld 16 bijzondere kandidaten op, in leeftijd variërend van 10 tot 77, met wie we de komende twee maanden mooie televisie gaan maken. Met als motto een quote uit de prachtige film Little Man Tate van en met Jodie Foster, over een alleenstaande serveerster en haar hoogbegaafde zoontje Fred:  het gaat er niet om hoe intelligent je bent, het gaat erom wat je ermee doet! Hoogbegaafd zijn wil zeggen dat je tot de 2,5% van de Nederlandse bevolking met het hoogste IQ behoort. Maar met dat statistische gegeven alleen win je SlimmerIQen niet. Hoe dan wel, dat zie je vanaf zondag 23 november op RTL4, rond de klok van half 10.



zondag 13 juli 2014

MENNO IS ER NIET MEER

Foto: Gerard Tjeerdsma
 
Tijdens de opnamen van Buch in de bajes: Vrouwengevangenis werden we op de Extra Zorgafdeling onder meer geconfronteerd met Hannie (niet haar echte naam), een vrouw van in de 40 met lang sluik haar waarachter ze zich voortdurend verschool, een tikje plomp en slonzig, en zichtbaar zwakbegaafd. Hannie wekte van een kilometer afstand medelijden op, ook omdat ze onbenaderbaar en schichtig was. Ze deed me denken aan een bij zijn gewelddadige baas weggehaald hondje dat weggekropen achterin zijn hok in het asiel zit te bibberen.


Maar Hannie zat wel in de gevangenis, en nog voor een gruwelijke moord ook. Het was duidelijk dat dit beschadigde wezen uit angst en zelfbehoud levensgevaarlijk kon uithalen. Menno en ik waren direct gefascineerd door deze vrouw: wat was haar verhaal? Op een dag tijdens ons maandenlange verblijf in vrouwenbajes Ter Peel vertelde onze steun en toeverlaat Pascale van Humanitas dat ze een afspraak had met Hannie, of we niet mee wilden. Ze ging het met haar over de bezoekregeling met haar jongste zoon hebben. Hannie, zo vertelde Pascale, had zes kinderen, stuk voor stuk van een andere man. Alleen met haar jongste had ze contact: eens in de maand kwam hij op bezoek, en dan werd hij gehaald en gebracht door vrijwilligers van Humanitas. Al die mannen in haar leven hadden Hannie behandeld als oud vuil, misbruikt, mishandeld, geterroriseerd, en haar eigenwaarde was onmeetbaar ver beneden het nulpunt gedaald. Ze wantrouwde alles en iedereen en was vrijwel onbenaderbaar. Maar Pascale was tot haar doorgedrongen en nu wilde ze proberen of Hannie misschien openstond voor een voorzichtige kennismaking met Menno.

FOTO MET HANDTEKENING
We zaten in de gemeenschappelijke ruimte van de Extra Zorgafdeling, waar een 20-tal houten stoelen in een halve kring stonden. Ik ging vrijwel uit het zicht aan een tafel in de open keuken zitten, en Menno op een van de stoelen. Pascale haalde Hannie uit haar cel en vroeg haar of ze het goed vond dat Menno bij het gesprek aanwezig was. Dat vond ze goed. Ze gaf Menno een hand en Menno zei: ‘Ik ben meegekomen omdat ik heel erg in je geïnteresseerd ben. Maar ik ga helemaal daar aan de andere kant zitten en ik zeg niks.” Ze knikte instemmend en zei bijna onverstaanbaar tegen Pascale: ‘Ik ben mijn stem kwijt, heb teveel gerookt.’
Menno stond op, liep naar haar toe en zei: ‘Sorry, maar dan wil ik je toch wat zeggen.’ Hij knoopte zijn boord los en liet haar de operatielittekens in zijn hals zien. ‘Dit is wat er met je gebeurt als je teveel rookt. En dat wil ik niet. Ik wil niet dat jou dat gebeurt.’ Ze keek hem met grote ogen aan en begon toen te lachen. En ze fluisterde: ‘Mag ik een foto met handtekening van u?’ ‘Tuurlijk,’ zei Menno, ‘gaan we meteen regelen.’
Ik sprong op, liep naar het kantoor van de bewaarders en belde de redactie of ze meteen een foto van Menno konden komen brengen. De aanwezige bewaarders vielen van hun stoel. ‘Vraagt ze om een foto met handtekening? Onvoorstelbaar!’
Instinctief vertrouwde Hannie Menno. Een zwaar beschadigde vrouw, bang voor alles en iedereen, maar niet voor die man van de televisie. Uiteindelijk hebben we geen gesprek van Menno met haar gefilmd, want dat ging haar toch een stap te ver. Menno drong niet aan. Menno drong nooit aan. Als je niet wilde, respecteerde hij dat. Zo hebben wij samen heel wat gedetineerden gesproken die uiteindelijk nooit in Buch in de bajes te zien zijn geweest. In hen stak Menno net zoveel energie als in degenen die wel werden gefilmd, althans: als hij vond dat ze dat verdienden of nodig hadden.

ZES KNOEPERDS VAN FOUTEN
Ik vertel dit omdat in de landelijke dagbladen deze week in de necrologieën van Menno weer veelvuldig werd gerefereerd aan de bakken met stront die over Menno zijn uitgestort toen hij Sex voor de Buch maakte. Menno zou mensen uitbuiten en misbruik maken van hun overduidelijke beperkte verstandelijke vermogens. Ik ben er destijds niet bij geweest - ik ken Menno pas sinds we begin 2012 aan Buch in de bajes begonnen - maar als dat echt zo zou zijn geweest, dan moet Menno in de tussenliggende jaren een soort persoonlijkheidstransplantatie hebben ondergaan. Toch vond NRC Handelsblad het nodig om boven hun stukje over zijn overlijden deze week te zetten ‘Verguisde maker van seks-tv’. Terwijl ze ook hadden kunnen schrijven: ‘Gevierde maker van gevangenis-tv.’ Maar blijkbaar vond het deftigste dagblad van ons land dat teveel eer.
Overigens wist de scribent van het stukje wel zes knoeperds van fouten in amper 200 woorden te proppen. ‘In 2012 werd bij Buch halskanker geconstateerd.’ Nee, het was 2010 (fout 1), en het was tongkanker (fout 2). ‘Zijn grootste televisiesucces boekte hij met Sex voor de Buch.’  Ook niet waar, Sex voor de Buch scoorde rond de miljoen kijkers; Buch in de bajes haalde een gemiddelde van 1,3 miljoen kijkers (fout 3). ‘In 2012 begon hij met Buch in de bajes. Vorig jaar kwam er een vervolg met een serie over de grootste vrouwengevangenis van Nederland.’ Nee, die vrouwenserie was dit jaar (fout 4), het vervolg vorig jaar was in de PI Vught (fout 5). En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat ze het hebben over ‘de debat over Sex voor de Buch’. (fout 6).
Ziedaar de kwaliteitskrant van Nederland. 


PRACHTIGE PLANNEN
Maar goed, waar wind ik me over op. Menno is er niet meer. 3000 mensen hebben het online condoleanceregister getekend, 630.000 mensen keken donderdagavond naar de herhaling van het interview dat Peter van der Vorst begin dit jaar met hem had. Menno was geliefd, en de prachtige plannen die nog op de plank lagen voor de komende jaren hadden hem ongetwijfeld nog veel meer succes en bijval opgeleverd. Hij liet mij zijn programma-ideeën altijd taalkundig corrigeren, en ik heb er heel wat de revue zien passeren. Van één daarvan hebben we vorige maand zelfs nog een pilot gemaakt, waar hij zelf, toen al ernstig verzwakt, nog bij was. Het was de laatste keer dat ik hem heb gezien. Daarna hadden we alleen nog contact via sms en whatsapp. Vaak ging dat over muziek, onze gedeelde passie. ‘Elbow! Ken je Elbow?’  sms’te hij me een week voor zijn dood. ‘Da’s ook toevallig!,’ antwoordde ik, ‘de muziek die ik in de pilot heb gebruikt is van Elbow!’ Menno: ‘Hoe bestaat het! Moet je nagaan hoe we aan elkaar verklonken zitten!! Bizar!’
‘Aan elkaar verklonken zitten.’ Het is geen goed Nederlands, maar het zijn wel de mooiste woorden die hij me in zijn laatste sms had kunnen sturen…