‘Laten we van fair trade een pleonasme maken’. Ik vind het een prachtige reclameslogan waarmee Triodos Bank momenteel adverteert. Beter in ieder geval dan de andere drie uit dezelfde Volg Je Hart, Gebruik Je Hoofd-campagne: ‘We investeren in rotzooi omdat recyclen de toekomst heeft’, ‘Bankieren zonder E-nummers en conserveringsmiddelen’ en ‘Geld moet rollen. Jij mag zeggen welke kant op.’ Niet dat er achter die drie vondsten geen even goede bedoelingen schuilgaan, maar puur als reclameslogan vind ik de fair trade-kreet verreweg de beste. Omdat je heel even een klik in je hersenen moet maken als je hem de eerste keer leest. Huh wat? O, fair trade, pleonasme, jaja, tuurlijk! Ja, laten we dat doen!
WEER HERHALEN
Even terug: wat is een pleonasme ook alweer? Pleonasmos is Grieks voor overvloed. (Dat is op zich al grappig in deze tijden, ‘Grieks voor overvloed’.) Pleonasme is een stijlfiguur waarin een woord ten overvloede is gekoppeld aan een ander woord, omdat het andere woord al onlosmakelijk met de in het eerste woord beschreven eigenschap is verbonden. Witte sneeuw. Een ronde bal. Weer herhalen. Wederzijds overeenkomen. ‘Ja, da’s inderdaad niet goed’, roept men dan, ‘dat zie ik ook wel’. Maar je moet voor de aardigheid eens een tijdje opletten hoe vaak in het dagelijks taalgebruik en in de media de pleonasmen om je oren vliegen! Ik noteerde alleen al deze week: het opzettelijk uitlokken van een misdrijf. Ons product voorziet in een noodzakelijke behoefte. Deze spits is een fantastische nieuwe aanwinst. De aanwezige bezoekers waren zeer te spreken over de voorstelling. Dit programma is perfect op de beoogde doelgroep toegesneden. Ik denk dat we deze beslissing tot later moeten uitstellen.
KNAP STOM
Maar goed, Triodos roept ons op om van de toevoeging ‘eerlijk’ bij het begrip ‘handel’ overbodig te maken. Dat is een ambitieus doel, is mijn persoonlijke mening. Misschien nog niet zo ambitieus als bijvoorbeeld altruïstische bankiers, sociaal bewogen hooligans, inlevende jihadisten, Oh Oh Cherso-fans met smaak, leuke kinderen en hardwerkende Grieken tot pleonasmen te willen verheffen, maar het komt in de buurt. Het punt is dat waar mensen zijn, wordt handel gedreven, al sinds mensenheugenis. En een helaas substantieel percentage van de mensheid is oneerlijk, corrupt, op eigen gewin uit of zelfs misdadig. Dat is altijd zo geweest, en ik zou zo gauw niet weten waarom het op korte termijn anders zou worden. Maar aangezien Triodos al jaren aantoont dat duurzaam bankieren geen oxymoron hoeft te zijn, gun ik ze het voordeel van de twijfel en alle geluk in dit nobele streven.
Een oxymoron? Een stijlfiguur waarin twee tegenovergestelde begrippen tot één geheel worden gesmeed. Modern klassiek. Knap stom (= overigens de letterlijke betekenis van het Griekse oxymoron). Ongeveer exact. Goed fout. Oud nieuws. Gedwongen vrijwillig. Slimme Belgen. O nee, die niet. Kijk maar eens naar dit clipje…
http://www.youtube.com/watch?v=eHiBixsPt3A
zondag 22 mei 2011
maandag 9 mei 2011
TYPISCH AFSCHEID
Het laatste bedrijf ter wereld dat nog ouderwetse handmatige typemachines maakte, Godrej & Boyce uit India, stopt daarmee, zo las ik deze week. Ik wist niet eens dat die dingen nog gemaakt werden! Laat staan dat er in 2009 nog 12.000 stuks verkocht zijn! Aan wie dan, vraag je je af. Het antwoord ligt eigenlijk voor de hand: aan mensen die in gebieden wonen en/of werken waar geen elektriciteit is. Maar in 2010 zakte de verkoop in naar 800, en dus gaat bij de productie de stekker eruit. 297 jaar nadat de eerste typemachine werd vervaardigd.
Ik ben er persoonlijk niet rouwig om. Dat geëikel met Tipp-Ex vond ik vroeger verschrikkelijk. Eigenlijk is het bijna niet meer voor te stellen dat minder dan 25 jaar geleden we onze artikelen op de redactie van de Hitkrant nog op een schrijfmachine zaten te tikken, een elektrische met correctielint weliswaar, maar toch. Alles werd getypt op doorslagvellen: één kopie in je eigen bakje op je bureau, en één naar de vormgeving, die er zetinstructies op krabbelde en ze via de buizenpost naar de zetterij stuurde. Ook ik ben nu van een generatie die dat soort herinneringen heeft. Zoals je ouders het vroeger hadden over het wasbord, de mangel, de straalkachel, de rolveger, de trapnaaimachine, de slingergrammofoon en distributieradio.
De typemachine kan bijgezet worden in de Galerij van Vrijwel Nutteloos Geworden Producten, naast de telefoon met draaischijf, de pick-up, de cassetterecorder, de videorecorder, de elektrische deken, de telex en de fax. Welke dingen die we nu dagelijks gebruiken zullen door de kinderen die na 2000 geboren zijn straks in een museum met nostalgische gevoelens worden bekeken? De gloeilamp in ieder geval, maar verder? Wordt de magnetron een relikwie? Auto’s op benzine? Kennen we straks nog postbodes, contant geld, vaste telefoon, krantenbezorgers? De krant überhaupt?
Er zijn nog steeds schrijvers die hardnekkig op de schrijfmachine blijven werken. Voor hen is er een oplossing, want er bestaat, net als een platenspeler en een cassetterecorder, ook een typemachine met een USB-aansluiting. Kun je lekker lawaaierig mechanisch blijven tikken, terwijl de tekst toch in een computer wordt ingevoerd. Ik denk dan: wie zo’n ding koopt, is getikt.
Ik ben er persoonlijk niet rouwig om. Dat geëikel met Tipp-Ex vond ik vroeger verschrikkelijk. Eigenlijk is het bijna niet meer voor te stellen dat minder dan 25 jaar geleden we onze artikelen op de redactie van de Hitkrant nog op een schrijfmachine zaten te tikken, een elektrische met correctielint weliswaar, maar toch. Alles werd getypt op doorslagvellen: één kopie in je eigen bakje op je bureau, en één naar de vormgeving, die er zetinstructies op krabbelde en ze via de buizenpost naar de zetterij stuurde. Ook ik ben nu van een generatie die dat soort herinneringen heeft. Zoals je ouders het vroeger hadden over het wasbord, de mangel, de straalkachel, de rolveger, de trapnaaimachine, de slingergrammofoon en distributieradio.
De typemachine kan bijgezet worden in de Galerij van Vrijwel Nutteloos Geworden Producten, naast de telefoon met draaischijf, de pick-up, de cassetterecorder, de videorecorder, de elektrische deken, de telex en de fax. Welke dingen die we nu dagelijks gebruiken zullen door de kinderen die na 2000 geboren zijn straks in een museum met nostalgische gevoelens worden bekeken? De gloeilamp in ieder geval, maar verder? Wordt de magnetron een relikwie? Auto’s op benzine? Kennen we straks nog postbodes, contant geld, vaste telefoon, krantenbezorgers? De krant überhaupt?
Er zijn nog steeds schrijvers die hardnekkig op de schrijfmachine blijven werken. Voor hen is er een oplossing, want er bestaat, net als een platenspeler en een cassetterecorder, ook een typemachine met een USB-aansluiting. Kun je lekker lawaaierig mechanisch blijven tikken, terwijl de tekst toch in een computer wordt ingevoerd. Ik denk dan: wie zo’n ding koopt, is getikt.
zondag 1 mei 2011
GROEN-RECHTS
Afgelopen donderdag 28 april is de officiële kandidatenlijst voor de Eerste Kamerverkiezing gepresenteerd. Wonder boven wonder prijkt daar ineens een oude bekende van mij op: Ruud Koornstra. Ruud is lid van maar liefst 7 politieke partijen, maar stelt zich verkiesbaar voor geen van die partijen, maar als groen-rechts alternatief...
In 1995, net op het moment dat ik bij tv-producent D&D ging werken, fuseerden er drie kleinere productiemaatschappijen tot één middelgrote speler: D&D, K&B en Praal Media. De letters K&B stonden voor (Ruud) Koornstra en (Friedwart) Barfod, de oprichters. Boezemvrienden sinds de middelbare school, en gehaaide ondernemers. Om deze fusie te vieren gingen we met het hele personeel een weekend de hort op, varen, een brandweercursus doen, en vooral heel veel drinken, eten en feestvieren. Het hele weekend werd op hilarische wijze aan elkaar gepraat door een mollige jongeman met een aanstekelijk enthousiaste uitstraling. Ik had geen idee wie hij was, wist alleen dat hij van K&B of Praal moest zijn, want van D&D kende ik iedereen. Mijn vermoeden was dat hij een medewerker van de postkamer of een productie-assistent of zoiets dergelijks moest zijn, die met grote gedrevenheid de feestcommissie aanstuurde, zo kwam hij op mij over. Mis. Het was Ruud, de baas. Of althans, één van de bazen. Zelden zo'n laagdrempelige werkgever meegemaakt. Hij had wel een kantoor, maar daar stond alleen een lege, houten tafel in met wat stoelen eromheen en er lagen balen hooi in de hoek. Geen idee waarom. Ruud zelf zat er nooit. Die was altijd onderweg, en als hij eens op kantoor was, ging hij bij de programmamakers zitten om te horen hoe het ging en om enthousiast mee te denken en te praten. Hij verzamelde rare voertuigen. Hij had een tractor en een gele Rolls Royce en weet ik wat al niet meer. Ruud was een kleurrijk figuur, altijd energiek, opgewekt, blij, vrolijk, en altijd bezig.
Een paar jaar later verkochten Ruud & Fried het nieuwe D&D aan concullega IDtv. Ze waren net 30 jaar en compleet gevuld. Ik verloor ze uit het oog, totdat ik jaren later een interview met Ruud op de radio hoorde dat grote indruk op mij maakte. Hij vertelde hoe hij na de verkoop van D&D weliswaar rijk, maar niet gelukkig was. En dat hij besloot om de rest van zijn leven te wijden aan zinvolle dingen. Aan niets minder dan het redden van de wereld, eigenlijk. Fried en hij hadden Tendris opgericht, een onderneming die duurzame ondernemingen ondersteunt. Ze investeren in groene stroom, ledlampen, electrische auto's enz. Ruud's missie is de wereld ervan te overtuigen dat duurzaam ondernemen niet alleen heel succesvol kan zijn, maar dat het de enige manier van ondernemen is die heden ten dage nog mogelijk is als we de aarde van de ondergang willen redden. Daarvan getuigt hij wekelijks in zijn column in De Telegraaf.
Duurzaamheid en milieu, het zijn nog steeds linkse begrippen. En dat moet afgelopen zijn. Ruud, VVD-stemmer en grootverdiener, zei deze week in het NRC: "Links gaat tegen alles in wat rechts is en rechts wil niets met duurzaamheid omdat dat links zou zijn." Daarom is hij lid van 7 partijen, want als lid kun je op vergaderingen je stem laten horen. ' Het voortbestaan van onze aarde is te belangrijk voor ppolitiek gekissebis.' Om VVD-ers en CDA-ers die het niet eens zijn met de huidige regeringskoers, maar die het te ver vinden gaan om op de oppositie te stemmen, een alternatief te bieden, stelt hij zich nu verkiesbaar voor de Eerste Kamer. Een groen-rechts alternatief. Het zou zomaar kunnen lukken...
(Kijk voor meer informatie op www.tendris.nl)
In 1995, net op het moment dat ik bij tv-producent D&D ging werken, fuseerden er drie kleinere productiemaatschappijen tot één middelgrote speler: D&D, K&B en Praal Media. De letters K&B stonden voor (Ruud) Koornstra en (Friedwart) Barfod, de oprichters. Boezemvrienden sinds de middelbare school, en gehaaide ondernemers. Om deze fusie te vieren gingen we met het hele personeel een weekend de hort op, varen, een brandweercursus doen, en vooral heel veel drinken, eten en feestvieren. Het hele weekend werd op hilarische wijze aan elkaar gepraat door een mollige jongeman met een aanstekelijk enthousiaste uitstraling. Ik had geen idee wie hij was, wist alleen dat hij van K&B of Praal moest zijn, want van D&D kende ik iedereen. Mijn vermoeden was dat hij een medewerker van de postkamer of een productie-assistent of zoiets dergelijks moest zijn, die met grote gedrevenheid de feestcommissie aanstuurde, zo kwam hij op mij over. Mis. Het was Ruud, de baas. Of althans, één van de bazen. Zelden zo'n laagdrempelige werkgever meegemaakt. Hij had wel een kantoor, maar daar stond alleen een lege, houten tafel in met wat stoelen eromheen en er lagen balen hooi in de hoek. Geen idee waarom. Ruud zelf zat er nooit. Die was altijd onderweg, en als hij eens op kantoor was, ging hij bij de programmamakers zitten om te horen hoe het ging en om enthousiast mee te denken en te praten. Hij verzamelde rare voertuigen. Hij had een tractor en een gele Rolls Royce en weet ik wat al niet meer. Ruud was een kleurrijk figuur, altijd energiek, opgewekt, blij, vrolijk, en altijd bezig.
Een paar jaar later verkochten Ruud & Fried het nieuwe D&D aan concullega IDtv. Ze waren net 30 jaar en compleet gevuld. Ik verloor ze uit het oog, totdat ik jaren later een interview met Ruud op de radio hoorde dat grote indruk op mij maakte. Hij vertelde hoe hij na de verkoop van D&D weliswaar rijk, maar niet gelukkig was. En dat hij besloot om de rest van zijn leven te wijden aan zinvolle dingen. Aan niets minder dan het redden van de wereld, eigenlijk. Fried en hij hadden Tendris opgericht, een onderneming die duurzame ondernemingen ondersteunt. Ze investeren in groene stroom, ledlampen, electrische auto's enz. Ruud's missie is de wereld ervan te overtuigen dat duurzaam ondernemen niet alleen heel succesvol kan zijn, maar dat het de enige manier van ondernemen is die heden ten dage nog mogelijk is als we de aarde van de ondergang willen redden. Daarvan getuigt hij wekelijks in zijn column in De Telegraaf.
Duurzaamheid en milieu, het zijn nog steeds linkse begrippen. En dat moet afgelopen zijn. Ruud, VVD-stemmer en grootverdiener, zei deze week in het NRC: "Links gaat tegen alles in wat rechts is en rechts wil niets met duurzaamheid omdat dat links zou zijn." Daarom is hij lid van 7 partijen, want als lid kun je op vergaderingen je stem laten horen. ' Het voortbestaan van onze aarde is te belangrijk voor ppolitiek gekissebis.' Om VVD-ers en CDA-ers die het niet eens zijn met de huidige regeringskoers, maar die het te ver vinden gaan om op de oppositie te stemmen, een alternatief te bieden, stelt hij zich nu verkiesbaar voor de Eerste Kamer. Een groen-rechts alternatief. Het zou zomaar kunnen lukken...
(Kijk voor meer informatie op www.tendris.nl)
zondag 24 april 2011
SPANNENDE TIJDEN IN MEDIALAND
Harry de Winter vertelde mij ooit dat het minst aantrekkelijke deel van tv-producent zijn was dat hij zenderdirecteuren en programmaleiders moest proberen te winnen voor zijn programma-ideeën. Als tv-producent in Nederland heb je slechts een selecte groep potentiële klanten: de publieke omroepen, RTL 4, 5, 7 en 8, SBS6, Net5 en Veronica. (Natuurlijk zijn er ook nog de regionale en lokale omroepen, maar die hebben over het algemeen te weinig budget om echt interessant te zijn voor de grotere tv-producenten.) Collega tv-producenten delen hoogstwaarschijnlijk Harry’s mening; daarom poogde Joop van den Ende al in 1989 een eigen tv-zender op te zetten, TV10, en probeerde Harry het zelf met zijn plan voor TV Oase en zijn deelname in Het Gesprek. Want het is natuurlijk veel prettiger als je in plaats van steeds weer nieuwe zenderbazen voor je te moeten winnen, zelf kunt bepalen wat je maakt en uitzendt.
Ook John de Mol heeft een tweetal pogingen tot een eigen tv-zender ondernomen, Sport7en Tien. Zonder succes. De Mol’s grote passie is formats bedenken en die tot wereldwijde successen uitbouwen. Hèt grote voorbeeld is Big Brother, en momenteel is ook The Voice bezig een enorme wereldhit te worden. Om invloed uit te kunnen oefenen op het aankoopbeleid van de commerciële zenders bewandelt hij nu een andere weg: hij koopt zich in. Dat begon in 2007, na het mislukken van Tien, met een 25% belang in RTL Nederland, en sinds deze week is hij ook voor 33% eigenaar van de SBS-groep. In de media is deze week het nodige gezegd over dat hij hiermee zijn eigen concurrent lijkt te zijn geworden. Maar hij heeft er vooral baat bij om beide zendergroepen zo succesvol mogelijk te laten zijn, want voor hem zijn de zeven commerciële zenders vooral zeven podia. Zoals Joop van den Ende zijn eigen theaters beheert waar hij zijn musicals en theaterproducties naar eigen inzicht kan programmeren, zo heeft De Mol nu medezeggenschap over zeven tv-zenders waar hij een breed scala aan formats kan uitproberen in de hoop ze tot internationale successen uit te bouwen.
HET EINDE VAN HET TIJDSCHRIFT?
John de Mol's grote partner in de overname van SBS is het Finse mediabedrijf Sanoma, dat voor de overige 67% eigenaar van SBS is geworden. Sanoma is uitgever van bijna alle grote tijdschriften in Nederland, zoals Libelle, Donald Duck, Margriet, Linda (!), Panorama, Nieuwe Revu etc. In totaal gaat het om 70 tijdschriften met 8,2 miljoen lezers. Opvallend genoeg verscheen in deze zelfde week een bijna 400 pagina's tellend boek over het tijdschrift: Handboek Tijdschrift van HBO-tijdschriftdocenten Ingrid Cramer en Marina Zwaan. Het is een prachtig boek, waar de liefde voor het tijdschrift vanaf spat. Boven een recensie van het boek in NRC staat de kop: 'Lofzang op tijdschrift is wellicht ook zwanenzang.' In de afgelopen 15 jaar zijn de oplages van Nederlandse tijdschriften spectaculair gedaald. De Panorama en de Nieuwe Revu bijvoorbeeld verloren zo'n 70% van hun lezers, en hebben nu een kleinere oplage - respectievelijk 61.000 en 37.000 - dan jongerenblad Hitkrant had toen ik er chefredacteur van was begin jaren '90. Dat de gloriedagen van het tijdschrift voorbij zijn is duidelijk, maar dat dit medium gedoemd is te verdwijnen, daar geloof ik niets van. Toen de televisie doorbrak in de jaren '60 werd hetzelfde beweerd van de bioscoop en de radio. Beiden zijn nog steeds springlevend. Door de komst van internet zou tv het onderspit delven, maar ook daar is vooralsnog niets van te merken. De verschillende mediavormen raken steeds meer met elkaar verweven: we kijken nu tv en luisteren radio via internet en we zullen ook steeds meer tijdschriften gaan lezen op bijvoorbeeld tablets. Tijdschriften zullen zich gaan ontwikkelen tot multimediale ervaringen, met behalve foto's ook video en audio erbij. Het gedrukte tijdschrift op papier zal nooit meer zo groot worden als voorheen, maar de nieuwe mogelijkheden bieden nieuwe kansen. Dat weet Sanoma ook, en daarom hebben ze de kans om een belangrijke speler op de tv-markt te kopen met beide handen aangegrepen. Het wordt voor makers zoals ik die het maken van tv met schrijven combineren juist steeds boeiender. Ook voor bijvoorbeeld vormgevers die over schrijftalent beschikken wordt een zonnige toekomst voorspeld. Als je meegaat met de veranderende wereld, liggen er legio kansen in het verschiet om nieuwe ideeën te ontwikkelen en te realiseren. De grenzen tussen de verschillende mediavormen vervagen, maar John de Mol heeft met The Voice laten zien dat dat ongekende mogelijkheden met zich meebrengt. We gaan, met De Mol & Sanoma als lichtend voorbeeld, nog heel mooie dingen beleven.
Over mooie dingen gesproken: Harry de Winter gaat ook weer tv-programma's produceren. Ik kijk er reikhalzend naar uit.
Ook John de Mol heeft een tweetal pogingen tot een eigen tv-zender ondernomen, Sport7en Tien. Zonder succes. De Mol’s grote passie is formats bedenken en die tot wereldwijde successen uitbouwen. Hèt grote voorbeeld is Big Brother, en momenteel is ook The Voice bezig een enorme wereldhit te worden. Om invloed uit te kunnen oefenen op het aankoopbeleid van de commerciële zenders bewandelt hij nu een andere weg: hij koopt zich in. Dat begon in 2007, na het mislukken van Tien, met een 25% belang in RTL Nederland, en sinds deze week is hij ook voor 33% eigenaar van de SBS-groep. In de media is deze week het nodige gezegd over dat hij hiermee zijn eigen concurrent lijkt te zijn geworden. Maar hij heeft er vooral baat bij om beide zendergroepen zo succesvol mogelijk te laten zijn, want voor hem zijn de zeven commerciële zenders vooral zeven podia. Zoals Joop van den Ende zijn eigen theaters beheert waar hij zijn musicals en theaterproducties naar eigen inzicht kan programmeren, zo heeft De Mol nu medezeggenschap over zeven tv-zenders waar hij een breed scala aan formats kan uitproberen in de hoop ze tot internationale successen uit te bouwen.
HET EINDE VAN HET TIJDSCHRIFT?
John de Mol's grote partner in de overname van SBS is het Finse mediabedrijf Sanoma, dat voor de overige 67% eigenaar van SBS is geworden. Sanoma is uitgever van bijna alle grote tijdschriften in Nederland, zoals Libelle, Donald Duck, Margriet, Linda (!), Panorama, Nieuwe Revu etc. In totaal gaat het om 70 tijdschriften met 8,2 miljoen lezers. Opvallend genoeg verscheen in deze zelfde week een bijna 400 pagina's tellend boek over het tijdschrift: Handboek Tijdschrift van HBO-tijdschriftdocenten Ingrid Cramer en Marina Zwaan. Het is een prachtig boek, waar de liefde voor het tijdschrift vanaf spat. Boven een recensie van het boek in NRC staat de kop: 'Lofzang op tijdschrift is wellicht ook zwanenzang.' In de afgelopen 15 jaar zijn de oplages van Nederlandse tijdschriften spectaculair gedaald. De Panorama en de Nieuwe Revu bijvoorbeeld verloren zo'n 70% van hun lezers, en hebben nu een kleinere oplage - respectievelijk 61.000 en 37.000 - dan jongerenblad Hitkrant had toen ik er chefredacteur van was begin jaren '90. Dat de gloriedagen van het tijdschrift voorbij zijn is duidelijk, maar dat dit medium gedoemd is te verdwijnen, daar geloof ik niets van. Toen de televisie doorbrak in de jaren '60 werd hetzelfde beweerd van de bioscoop en de radio. Beiden zijn nog steeds springlevend. Door de komst van internet zou tv het onderspit delven, maar ook daar is vooralsnog niets van te merken. De verschillende mediavormen raken steeds meer met elkaar verweven: we kijken nu tv en luisteren radio via internet en we zullen ook steeds meer tijdschriften gaan lezen op bijvoorbeeld tablets. Tijdschriften zullen zich gaan ontwikkelen tot multimediale ervaringen, met behalve foto's ook video en audio erbij. Het gedrukte tijdschrift op papier zal nooit meer zo groot worden als voorheen, maar de nieuwe mogelijkheden bieden nieuwe kansen. Dat weet Sanoma ook, en daarom hebben ze de kans om een belangrijke speler op de tv-markt te kopen met beide handen aangegrepen. Het wordt voor makers zoals ik die het maken van tv met schrijven combineren juist steeds boeiender. Ook voor bijvoorbeeld vormgevers die over schrijftalent beschikken wordt een zonnige toekomst voorspeld. Als je meegaat met de veranderende wereld, liggen er legio kansen in het verschiet om nieuwe ideeën te ontwikkelen en te realiseren. De grenzen tussen de verschillende mediavormen vervagen, maar John de Mol heeft met The Voice laten zien dat dat ongekende mogelijkheden met zich meebrengt. We gaan, met De Mol & Sanoma als lichtend voorbeeld, nog heel mooie dingen beleven.
Over mooie dingen gesproken: Harry de Winter gaat ook weer tv-programma's produceren. Ik kijk er reikhalzend naar uit.
zondag 17 april 2011
RITUEEL SLACHTEN
Afgelopen week werd een door de Partij voor de Dieren ingebracht wetsvoorstel in de Tweede Kamer behandeld: een verbod op onverdoofde rituele slacht zoals die van oudsher wordt toegepast door joden en moslims. Dat had tot gevolg dat er een verhitte discussie werd gevoerd in de media waarbij het vooral leek te gaan over, zoals de NRC woensdag kopte, 'Dierenleed versus godsdienstvrijheid.' Het was dan ook geen verrassing dat de confessionele partijen - ChristenUnie, SGP en CDA - mordicus tegen zo'n verbod zijn. Vooralsnog ziet het ernaar uit dat Nederland in navolging van Finland, Noorwegen, IJsland, Zweden en Zwitserland het zesde land wordt waar onverdoofde rituele slacht wettelijk verboden wordt.
Maar de discussie ging ook over ritueel slachten versus conventioneel slachten. Zoals Leon de Winter in de Telegraaf schreef: 'Het probleem is niet het rituele slachten. Het probleem is dat gebedsloze stukje vlees in de super.' Volgens De Winter en andere verdedigers van de rituele slacht gaat het om een te verwaarlozen percentage van alle in Nederland jaarlijks geslachte dieren. De Winter zegt zelfs: 'We hebben kennelijk geen ander urgent probleem in Nederland.' Eric Ottenheijn, universitair docent Jodendom aan de Universiteit van Utrecht, vindt het ook nogal overdreven allemaal. 'Maar ja, de kleine traditioneel Joodse gemeenschap is geen machtige economisch-politieke lobby zoals de bio-industrie, dus hier kun je scoren wil je iets veranderen.'
Het is een vaak gebruikte strategie als er kritiek is op iets waar men zelf voorstander van is: haal er iets bij wat nog erger of schrijnender is. Met name als het dierenleed betreft: 'Waar hebben we het over? Terwijl er zoveel leed is onder de mensheid?' Op die manier wordt elke discussie op redelijke argumenten in de kiem gesmoord. Wat maak je je druk om die honderd euro die ik van je geleend en niet terugbetaald heb? Weet je wel hoe hoog onze staatsschuld is?
SPEREN EN KATAPULTEN
In zijn verontwaardiging hanteert de Belgische rabbijn David Lieberman een andere vergelijking om de rituele slacht te verdedigen: 'Zelfs als de dieren pijn lijden, hoe weeg je dat tegen de pijn van gelovige joden? Ik snap niet dat die pijn minder belangrijk is dan de pijn van dieren.' Dus al het wetenschappelijk onderzoek dat is gedaan om aan te tonen dat slachten zonder enige vorm van verdoving de grootste risico's op leed bij slachtdieren biedt is voor een man als Lieberman overbodig. De pijn die hij heeft als het dier wél wordt verdoofd is veel belangrijker.
Wat heeft het voor zin om de discussie aan te gaan met dergelijke zwaargelovige lieden? Die het ritueel slachten vergelijken met ritueel marihuanagebruik onder Indianen wat in de VS oogluikend wordt toegestaan? Geen enkele zin, tenzij in de brand gestoken marihuana ook pijn lijdt. Verbieden dus, dan maar geen discussie. Hoogleraar rechtsfilosofie Wouter Veraart constateerde deze week dat religieuzen met wel erg veel verboden te maken krijgen in ons land. Waarop Jan Dirk de Block uit Hilversum in een ingezonden brief in de NRC opmerkt: 'Juist religieuzen zijn gespecialiseerd in verboden: op euthanasie, abortus, homofilie, vloeken, condooms, ketterij, afvalligheid, fietsen op zondag.' Jan Dirk slaat de spijker op z'n kop: hoe geloviger, hoe intoleranter. Maar om in door eeuwenoude boeken ingegeven levensregels het berokkenen van leed aan andere levende wezens te tolereren, sterker nog: te wensen (!), dat is iets wat ik nooit zal snappen, meneer Lieberman.
Columnist Rob Hoogland in de Telegraaf: 'Inmiddels zijn we zó fatsoenlijk, dat we ook grondrechten van dieren beginnen te erkennen, waaronder het recht op een pijnloos verscheiden wanneer zulks tot de mogelijkheden behoort. Geloof me: daar wordt geen religie slechter van.' Want dat is ook zo opvallend: dat de huidige technische middelen om dieren te verdoven worden afgewezen omdat ze in de tijd dat de heilige boeken werden geschreven nog niet bestonden. Maar als de religieuze conflicten te hoog oplopen, wordt er niet naar speren of katapulten gegrepen. Dan zijn moderne vindingen als mitrailleurs, straaljagers of tanks ineens geen enkel probleem...
Overigens zijn er ook religieuzen die het wel snappen: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3304/opinie/video/detail/1874682/Dominee-Gremdaat-het-slachten-moet-stoppen.dhtml
Maar de discussie ging ook over ritueel slachten versus conventioneel slachten. Zoals Leon de Winter in de Telegraaf schreef: 'Het probleem is niet het rituele slachten. Het probleem is dat gebedsloze stukje vlees in de super.' Volgens De Winter en andere verdedigers van de rituele slacht gaat het om een te verwaarlozen percentage van alle in Nederland jaarlijks geslachte dieren. De Winter zegt zelfs: 'We hebben kennelijk geen ander urgent probleem in Nederland.' Eric Ottenheijn, universitair docent Jodendom aan de Universiteit van Utrecht, vindt het ook nogal overdreven allemaal. 'Maar ja, de kleine traditioneel Joodse gemeenschap is geen machtige economisch-politieke lobby zoals de bio-industrie, dus hier kun je scoren wil je iets veranderen.'
Het is een vaak gebruikte strategie als er kritiek is op iets waar men zelf voorstander van is: haal er iets bij wat nog erger of schrijnender is. Met name als het dierenleed betreft: 'Waar hebben we het over? Terwijl er zoveel leed is onder de mensheid?' Op die manier wordt elke discussie op redelijke argumenten in de kiem gesmoord. Wat maak je je druk om die honderd euro die ik van je geleend en niet terugbetaald heb? Weet je wel hoe hoog onze staatsschuld is?
SPEREN EN KATAPULTEN
In zijn verontwaardiging hanteert de Belgische rabbijn David Lieberman een andere vergelijking om de rituele slacht te verdedigen: 'Zelfs als de dieren pijn lijden, hoe weeg je dat tegen de pijn van gelovige joden? Ik snap niet dat die pijn minder belangrijk is dan de pijn van dieren.' Dus al het wetenschappelijk onderzoek dat is gedaan om aan te tonen dat slachten zonder enige vorm van verdoving de grootste risico's op leed bij slachtdieren biedt is voor een man als Lieberman overbodig. De pijn die hij heeft als het dier wél wordt verdoofd is veel belangrijker.
Wat heeft het voor zin om de discussie aan te gaan met dergelijke zwaargelovige lieden? Die het ritueel slachten vergelijken met ritueel marihuanagebruik onder Indianen wat in de VS oogluikend wordt toegestaan? Geen enkele zin, tenzij in de brand gestoken marihuana ook pijn lijdt. Verbieden dus, dan maar geen discussie. Hoogleraar rechtsfilosofie Wouter Veraart constateerde deze week dat religieuzen met wel erg veel verboden te maken krijgen in ons land. Waarop Jan Dirk de Block uit Hilversum in een ingezonden brief in de NRC opmerkt: 'Juist religieuzen zijn gespecialiseerd in verboden: op euthanasie, abortus, homofilie, vloeken, condooms, ketterij, afvalligheid, fietsen op zondag.' Jan Dirk slaat de spijker op z'n kop: hoe geloviger, hoe intoleranter. Maar om in door eeuwenoude boeken ingegeven levensregels het berokkenen van leed aan andere levende wezens te tolereren, sterker nog: te wensen (!), dat is iets wat ik nooit zal snappen, meneer Lieberman.
Columnist Rob Hoogland in de Telegraaf: 'Inmiddels zijn we zó fatsoenlijk, dat we ook grondrechten van dieren beginnen te erkennen, waaronder het recht op een pijnloos verscheiden wanneer zulks tot de mogelijkheden behoort. Geloof me: daar wordt geen religie slechter van.' Want dat is ook zo opvallend: dat de huidige technische middelen om dieren te verdoven worden afgewezen omdat ze in de tijd dat de heilige boeken werden geschreven nog niet bestonden. Maar als de religieuze conflicten te hoog oplopen, wordt er niet naar speren of katapulten gegrepen. Dan zijn moderne vindingen als mitrailleurs, straaljagers of tanks ineens geen enkel probleem...
Overigens zijn er ook religieuzen die het wel snappen: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3304/opinie/video/detail/1874682/Dominee-Gremdaat-het-slachten-moet-stoppen.dhtml
zondag 10 april 2011
ZO VADER ZO ZOON
Toen ik nog net geen 23 was, werd ik lid van een van de destijds meest succesvolle Nederpopbands van ons land, Drukwerk. Ze stonden op dat moment met hun zesde hit in de Top 40, 'Hee Amsterdam'. Viereneenhalf jaar lang heb ik met Drukwerk door heel Nederland opgetreden, met als hoogtepunt het heiligdom Carré. Het was een onvergetelijk mooie tijd. In mijn vierde jaar bij de band kregen zanger Harry Slinger en zijn vrouw Marijke een zoon, Bram. Bram is inmiddels net zo oud als ik was toen ik bij Drukwerk kwam. Hij is net als ik toetsenist en speelt al jaren in allerlei bandjes. Maar hij had nog nooit met zijn eigen vader opgetreden. Tot vrijdagavond 8 april jl. Bram had met een paar bevriende muzikanten een dozijn van zijn favoriete Drukwerkliedjes ingestudeerd, speciaal voor een feest op 15 april, en vroeg zijn vader om als leadzanger op te treden. De primeur daarvan vond een week eerder plaats, toen de Slingers & Lampions, zoals ze zich voor de gelegenheid hadden genoemd, een openbare generale repetitie hielden in een café in Zaandam. Het was gezellig druk, het bandje stond in een hoek van de kroeg opgesteld en als opwarmertje speelden ze zonder Harry een paar oudjes van o.a. The Stones en The Police. Bram excelleerde in een vlammende versie van 'Great balls of fire' van Jerry Lee Lewis, waarin hij liet horen behalve een virtuoze keyboardspeler ook een begenadigd zanger te zijn.
En toen voegde de man het het rode petje zich bij het bandje van zijn zoon. De ene klassieker na de andere kwam voorbij: 'Ik verveel me zo in Amsterdam-Noord', 'Marianneke', 'Schijn een lichie op mij', en uiteraard 'Je loog tegen mij'. Hoogtepunt voor mij was een spetterende uitvoering van 'Carolien', de eerste single die ik destijds geschreven heb en die meteen een Alarmschijf en de zevende Drukwerk-hit werd.
Los van alle nostalgie en de warme emotie van een vader en zoon die samen genieten van het muziek maken, was voor mij het meest frappante van de avond dat de nummers die wij destijds schreven tijdloos blijken te zijn. Nu ze zijn opgepakt door een bandje dat een hele generatie jonger is dan ikzelf - en ik was destijds verreweg de Benjamin van de band - en in een strak 21e eeuws jasje zijn gestoken, blijken ze moeiteloos overeind te blijven. Ook tekstueel, want hoe actueel als 'Laat de rijken de crisis betalen?' kun je een 30 jaar oud liedje krijgen?
Bram Slinger is in het dagelijks leven editor van tv-programma's en maakt grafische ontwerpen voor programma's als Wie is de Mol? en mijn eigen programma De Vlinderrevolutie. Ik heb veel met hem samengewerkt, en in deze disciplines is hij een bovengemiddeld talent. Maar ik had hem nog nooit horen en zien optreden. Als hij een vorm vindt waarin hij zijn gevoel voor en creativiteit in muziek en beeld weet te combineren in iets wat helemaal vanuit hemzelf komt, acht ik hem tot grootse dingen in staat. Ik wacht met spanning af!
zondag 3 april 2011
ZZP'er: Zelfstandige Zonder Paycheck
Dat is raar, hoor, als er 24 jaar lang aan het eind van de maand altijd een salarisstrook door je brievenbus is gevallen en dat houdt ineens op. Het leven was altijd simpel en overzichtelijk: je ging naar je werk, 40 uur in de week (vaak meer), 12 maanden per jaar, je had je vakantiedagen, Tweede Paas-, Pinkster- en Kerstdag was je vrij, net als Nieuwjaarsdag, Koninginnedag en Hemelvaart, als je ziek was belde je op en zei je: "ik ben ziek, ik kom niet", en door wat voor gelegitimeerde diefstal er van je bruto inkomen netto zo weinig overbleef, daar keek je eigenlijk nauwelijks naar. Wat kon je eraan doen, nietwaar? Reiskosten, pensioen, bedrijfssparen, WAO-gat, het was allemaal keurig geregeld.
Not anymore. Eind november - ik was door mijn werkgever IDTV tijdelijk verhuurd aan concullega MasMedia - werd ik naar Amsterdam-Noord geroepen voor een gesprek met producent Lennart Pijnenborg. "Ik ga weg," zei hij, "en jij ook. En nog een stuk of 15 anderen." Per 1 april was het over, na 15 jaar en 8 maanden. Hier even tekenen, en veel sterkte. Wel alles tot in de puntjes geregeld hoor, op z'n IDTV's.
TIMING VAN HET LOT
In eerste instantie was ik verdoofd. Maar toen de mist optrok, zag ik een schitterend landschap voor me. De toekomst. Ineens was de tijd aangebroken dat ik mijn lang- en stilgekoesterde droom ging waarmaken: zelfstandig ondernemer worden. Voor mezelf beginnen. In het jaar dat ik 50 word nog wel. Wat een timing van het lot! Wat een mooi moment om een nieuw leven te starten! Er volgden vier maanden van onderzoek, plannen maken, nadenken, een website opzetten, heel veel lezen over ondernemen, praten met ervaren zzp'ers ("Weet je wat jij eens zou moeten doen?"), een logo ontwerpen, enz. enz. Tegelijkertijd maakte ik mijn laatste programma als vaste werknemer van IDTV, Je Leven Op De Rit. Over het weer aan het werk helpen van langdurig werklozen. Zat ik banen te zoeken voor anderen, terwijl ik zelf geen baan meer had. Oh, ironie. En meer en meer begonnen mij gevoelens van vrijheid en nieuwe energie te bekruipen. Ik werd spontaan benaderd door mensen met wie ik in het verleden intensief heb samengewerkt, die over nieuwe plannen wilden praten. Harry Slinger, Harry de Winter, Jerry Langelaar... Maar ook nieuwe mensen met nieuwe, spannende en mooie ideeën.
FREELANCE EINDREDACTEUR
IDTV verkocht ondertussen een programma aan de AVRO dat ik mede heb helpen ontwikkelen, een serie over de Dierenbescherming. We kwamen overeen dat ik dat alsnog mocht maken, maar nu als freelance eindredacteur. "Da's mooi," zei AVRO-topman Philip Woldringh, "dat je voormalige werkgever nu jouw klant wil zijn. Dan heb je het dus altijd goed gedaan, ligt het niet aan jou, maar aan de markt."
Ik heb ook zelf een paar wilde ideeën, dromen eigenlijk, die ik waar wil gaan maken. Nu ik mijn eigen baas ben, maak ik mijn eigen keuzes, creëer mijn eigen avonturen. Die avonturen houd ik bij in dit blog, de TV-Gits, een knipoog naar mijn achternaam. TV zal een belangrijk deel van mijn bestaan blijven, maar zeker niet het enige. Internet, tijdschriften, kranten, boeken en boekjes, multimediale projecten, radio: alle mediavormen heb ik verkend, en wil ik blijven verkennen. Maar nu onder mijn eigen vlag. Omdat er nog zo ontzettend veel te doen, te ontdekken, te bedenken, te creëren en te beleven valt...
P.S. De tompouces zijn gebakken door de Hema en ontworpen door mijn personal webmaster Jolanda Meier-Koning, die ook de foto's maakte. De locatie is Café Koper te Zandvoort.
Abonneren op:
Posts (Atom)