Volg dit blog per email

zaterdag 18 april 2015

DE FIENALE: BIJ HET OVERLIJDEN VAN MIJN MOEDER

Op 10 april jongstleden stierf mijn moeder Fien Gitsels-Leeman op 87-jarige leeftijd. Deze 50e aflevering van de TV-Gits wil ik graag aan haar wijden middels een verkorte versie van de speech die ik tijdens haar uitvaart heb gehouden.

Als ik mijn moeder nu zou kunnen bellen, zou ik haar zeggen: “Mam, ik heb je sterfdatum even gegoogeld en het is een waardige datum voor tragische gebeurtenissen. Op 10 april 1912 bijvoorbeeld verliet de Titanic de haven van Southampton, het noodlot tegemoet. Op 10 april 1970 gingen The Beatles uit elkaar. Op 10 april 2010 was die vliegramp waarbij de president van Polen en zijn vrouw omkwamen. En op 10 april 2013 stierf, net als jij op 87-jarige leeftijd, Nobelprijswinnaar professor Robert Edwards, de geestelijk vader van de eerste reageerbuisbaby. Die man had trouwens ook vijf kinderen, net als jij.”
Ze had gesmuld van dit verhaal. Ook omdat er presidenten en professoren in voorkomen. Ze had een heilig ontzag voor hoogwaardigheidsbekleders en beroemdheden. Dat mijn zus Margot en ik in ons werk omgaan met bekende Nederlanders vervulde haar met trots. Ze liet geen gelegenheid voorbij gaan om mensen die bij haar over de vloer kwamen de video’s te laten zien van onze tv-optredens en/of –programma’s. Haar eigen moment of fame was helaas ver vóór de videorecorder: in 1967 zagen vijf miljoen kijkers hoe zij verscheen in de tv-show Het Gulden Schot, gepresenteerd door Lou van Burg, de Henny Huisman van de jaren ’60. Fien Gitsels uit Amstelveen won een stuk land in de Loonse en Drunense Duinen. 1000 vierkante meter Brabantse grond. Wat een beetje jammer was, was dat het tjokvol dennenbomen stond en het verboden was om er ook maar ééntje om te zagen. Eens in de zoveel tijd reden we er op een zonnige zondag heen om te kijken naar ma’s grootgrondbezit, er een beetje doorheen te paraderen, pannenkoeken te eten en dan maar weer naar huis. Wat moest je ermee?

HELS KABAAL
Bovendien, zondagen in de jaren '60 en '70 waren er niet voor om te ravotten in een Brabants bos. Die waren voor nette kleding, kerkgang en familiebezoek. Alle drie zijn dat symbolen voor hoe ze in het leven stond. De nette kleding die ik elke zondag verplicht aan moest en waar ik letterlijk en figuurlijk jeuk van kreeg, staan voor het grote belang van hoe de buitenwereld naar je kijkt. Zelf deed ze de hele week geen stap buiten de deur zonder er tot in de puntjes verzorgd uit te zien.
Haar geloof heeft ze ons nooit opgedrongen. Dat was typerend voor haar manier van opvoeden, bewust of onbewust: ze gaf luid en duidelijk te kennen hoe zij vond dat de dingen hoorden te zijn, hoe je je moest gedragen en welke keuzes je zou moeten maken, maar als je het tegenovergestelde deed, was dat ook prima. Hoe sterk het adagium ‘wat moet de buurt daar wel niet van denken?’ ook voor haar gold, ze stelde zonder aarzelen haar eigen huis beschikbaar als repetitieruimte voor mijn bandjes. Waardoor de hele buurt verplicht moest meegenieten van ons helse kabaal. Het kon haar niets schelen, creativiteit moest de ruimte krijgen.
En toen ik besloot halverwege met mijn universitaire studie Engels te kappen om bij - Godbetert - Drukwerk te gaan spelen, stond ze daar net als mijn vader volkomen achter. Ook al stond Drukwerk voor alles wat zij hoorde te verachten: plat Amsterdams, grof taalgebruik, rebellie tegen gezag en koningshuis en simpele drie akkoorden-herrie. Maar zij gaf het een oprechte kans en drie jaar later zat ze te stralen van trots toen we een theatertour met liedjes van de door haar bewonderde Wim Sonneveld deden, met een decor ontworpen en gemaakt door mijn vader.

GROOTSTE ANGST
Trots en angst waren de yin en yang in het leven van Fien Gitsels. Ze was trots op haar man, op haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen, op haar huis, op haar tuin, op haar Hoofdstadkoor (waar ze meer dan 40 jaar lid van was!), op haar smaak, op haar ideeën in cadeaus, die soms de spijker op zijn kop en soms de plank totaal mis sloegen, maar altijd origineel waren. Haar misschien wel mooiste cadeau aan mij was dat toen ik op mijn 14e als enig kind thuis overbleef, ze een fantastische hond voor me kocht. Jarenlang waren we onafscheidelijk, als een soort Kuifje en Bobbie.
Ze had veel om trots op te zijn. Maar ze was ook bang, bang om alles te verliezen. Angst om haar man kwijt te raken vertaalde zich in jaloezie en driftbuien, angst voor het stilvallen van gesprekken bezwoer ze door continu rond te draven met eten en drinken, en door iedereen te overladen met foto’s, knipsels en video’s, angst om te falen vertaalde zich in een onwaarschijnlijke werkethos. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat was ze bezig met het huishouden, ze kookte, waste en poetste maar door, en rond haar 50e ging ze zelfs voor het eerst in dertig jaar weer buiten de deur werken, als medisch dictafoniste; regelmatig zat ze thuis nog tot 10 uur ’s avonds door te tikken. Altijd, echt al-tijd bezig. Ik heb het niet van een vreemde, zeg maar…
Maar de grootste angst voor een moeder is natuurlijk een kind verliezen. Het is haar 11 jaar geleden overkomen en ze heeft het op bewonderenswaardige wijze ondergaan en verwerkt.

DEMENTIE
De mooie kant van haar dementie was dat alle angsten verdwenen. Ze heeft haar leven lang mensen nooit aangekeken tijdens gesprekken; de laatste jaren keek ze je doordringend recht in de ogen. Hoe ze er uit zag boeide haar niet meer, en ze lachte veel. Ze straalde meer rust uit dan ooit tevoren. Ze veranderde in haar eigen tegenpool, maar gelukkig ze bleef ons tot op het laatst herkennen en van ons genieten, dat veranderde nooit.
Mijn broer, zussen en ik gaan met z’n vieren verder, natuurlijk met onze partners en alle klein- en achterkleinkinderen. Ons middelpunt is er niet meer, maar haar nagedachtenis zullen we tot in lengte der dagen middels onze onderlinge band blijven eren. Zoals zijzelf deed middels haar trouwe zondagse familiebezoeken. Van de generatie van mijn moeder is niemand meer over; zij was de laatste tante, zij heeft het licht uitgedaan, en ze is nu herenigd met haar broers en zussen, met haar zwagers en schoonzussen, en natuurlijk met haar eigen man en haar oudste dochter, in het Grote Energieveld.

Als mijn moeder mij nu zou kunnen bellen, zou ze waarschijnlijk net als in onze vele telefoongesprekken, weer die vraag hebben gesteld die ze zo vaak stelde: ‘Weet je wie er nu weer dood is?’

Ja mam, ik weet wie er dood is. En ik zal je heel erg missen…


Geen opmerkingen:

Een reactie posten